Jonge dromers in de buurt van Ieper(laan)

Ieperlaan, Diksmuidelaan, Nieuwpoortlaan, Passendalestraat … De straatnamen in de buurt van het Klein Kasteeltje, een voormalige kazerne, verwijzen stuk voor stuk naar plaatsnamen gelinkt aan de Eerste Wereldoorlog. Destijds werd ongetwijfeld voor dit rijtje namen gekozen om de strijdlust van de gekazerneerden stevig aan te wakkeren. Wie deze uitleg te tendentieus vindt en de straatnamen liever verkoopt als ‘een keuze om de vredesgedachte in de buurt van een kazerne aan te wakkeren’, dwaalt.

Sinds 1986 fungeert de voormalige kazerne als open opvangcentrum voor asielzoekers. Ik bezocht er de tentoonstelling ‘New Young Europeans’. Dit kunstenproject op initiatief van the Britisch Council brengt door middel van foto’s en getuigenissen de dromen in beeld van jonglui die in West-Europa wonen. Dromen van jonge asielzoekers én jonge gasten die ‘gewoon’ in onze contreien wonen. De getuigenissen slaan prent. Eén detail dat telkens bij de naam van de getuige wordt vermeld, maakt me heel stil. De leeftijd van nogal wat asielzoekers scoort niet hoger dan zestien jaar. Knapen en meiden die vaak moederziel alleen en omwille van oorlogsgeweld hun thuis ontvluchten om na een lange ‘reis’ te stranden in West-Europa.

Het is die leeftijdsscore die herkenning bij mij doet opborrelen. Mijn roots liggen in het Ieperse. Militaire begraafplaatsen rijgen er het kapotgeschoten landschap aaneen. Ook op deze littekens van ‘Den Groten Oorlog’ lees ik, gebeiteld op grafzerken, vaak jonge leeftijden. Ook die maken mij heel stil. De Britse begraafplaats van Poelkapelle, het dorp waar ik kind mocht zijn, heeft de twijfelachtige eer iets vaker dan sommige andere kerkhoven klasgroepen over het gras te krijgen. In Poelkapelle ligt de jongste gesneuvelde op Flanders Fields onder de zoden. John Condon, age 14. Enfin, deze knaap moest nog veertien worden toen het licht in de ochtend van pinkstermaandag 24 april 1915 definitief voor hem uitging. Zijn dromen gingen in rook op, vergast tijdens de zwaarste Duitse gasaanval uit die ‘Groten Oorlog’. De keuringsarts had net zoals vaak stront in de ogen toen John Condon hem bij zijn indiensttreding in oktober 1913 voorloog dat hij achttien jaar was. Geeneens twaalf was het kind toen hij zich liet inlijven.

Het is goed dat de stroom klasgroepen in de Ieperse frontstreek niet opdroogt. Het ‘In Flanders Field’-museum boog het oorlogsgebeuren daadwerkelijk om tot een vredeswens. De Last Post die iedere avond onder de Menenpoort wordt geblazen, zorgt inderdaad voor kippenvelmomenten. Maar als sommige Britse jongerengroepen met knapen en meiden tussen twaalf en zestien jaar de ceremonie onder het gebrul van een overste letterlijk binnenmarcheren, rijzen mijn haren uit ergernis ten berge.
Wie zo’n vertoning verkoopt als vredesopvoeding, dwaalt. Die ‘Groten Oorlog’ was vooral een grote nachtmerrie die kleine dromers fnuikte. Als de Menenpoort werkelijk een vredesmoment mag zijn, dan past dat gebrul van jongeren er niet langer. Brullen doe je in al die grote en kleine oorlogen vooral om je moeder en daar is niks mis mee.

Een kleine honderd jaar terug tjoolden Maurice, Jozef, Paula, Irma … samen met een half miljoen landgenoten rond in Europa op de vlucht voor de oorlogsgruwel.

Vandaag getuigen jonge dromers in het Klein Kasteeltje:
‘Het is gruwelijk om zonder mijn ouders te moeten leven. Het is vreselijk om zo lang zonder thuis te zijn’, Liza 15, Kosovo.
‘Ik was zestien toen ik in Sri Lanka voor de eerste keer met de dood werd geconfronteerd. Ik was aan het wandelen en kwam voorbij de kerk. Ik hoorde een ongelooflijk lawaai, viel op de grond en wachtte … Toen het weer rustig was stond ik op en zag wat er was gebeurd. Ik zag mensen uiteengereten door een bom’, Harry 22, Sri Lanka

‘Ik verloor mijn ouders en mijn familie in Kabul. Ik zocht maanden lang naar hen. Ik ging naar de vluchtelingenkampen in Iran om hen te zoeken, keerde uiteindelijk terug naar Kabul en overleefde met de verkoop van stukjes oude ijzer. Maar de Taliban vonden mij, mishandelden me en sloten me weer op. Ik was veertien toen ik besloot te vluchten’, Doulat Shah Halimi 18, Afghanistan.

‘Ik ben er erg trots op dat ik een vluchteling ben. Ik heb niks te verbergen. Het was oorlog. Mensen werden afgeslacht. Ik wilde niet in die oorlog verwikkeld raken. Wat is daar mis mee? Ik zeg tegen andere jongeren in mijn situatie: schaam je er nooit over omdat je vluchteling bent’, Zahra Maalow 18, Somalia.…

Groot gelijk Zahra, schaam je niet. Het zijn zij die keer op keer geweld ontketenen die zich moeten schamen, niet zij die de kracht hebben om de gruwel te ontvluchten. Wie zich ook diep mogen schamen, zijn zij die Zahra, Doulat, Harry, Liza … geen veilige haven gunnen. ‘Nooit meer oorlog’ is een leugen met een lange echo en dus heten de jonge dromers die morgen worden opgejaagd misschien Emma, Jonas, Lars, Femke …

Dik vijfenvijftig duizend namen van dode, vermiste soldaten staan gebeiteld in de Menenpoort. Ook de buitenmuur van het Klein Kasteeltje staat vol met namen. Blijkbaar houden nogal wat asielzoekers eraan om hun naam te kerven op het gebouw dat hen na heel wat tjolen op adem laat komen. Toch één immens verschil met diegenen vereeuwigd op de Menenpoort: de asielzoekers krasten zelf hun naam, ze leven (hopelijk) nog.

Ik wens jullie allen een veilig 2006 vol zoete dromen !

Ga terug

B&B Zinneke  •  Belgische Onafhankelijkheidslaan 65, 1081 Brussel  •  +32 (0)497 46 29 96  •  contact@zinneke.info